Opgraving Engelse soldaat uit 1799 - Oktober 2011
In Noord-Holland is voor het eerst een graf uit de Franse tijd wetenschappelijk onderzocht. Tijdens het onderzoek kwamen zeer belangwekkende gegevens naar voren over een vergeten episode uit de vaderlandse historie.
In de duinen bij Groote Keeten ligt het voormalig militair oefenterrein Botgat. In het kader van natuurbeheer werd de verhardde bovenlaag van dit terrein verwijderd. De wind verstoof het onderliggende zand, waarna een menselijk skelet omringd door restanten van wapens te voorschijn kwam.
(* klik op de afbeeldingen voor een vergroting)
Op 10 maart 2011 werd Hollandia archeologen door de provincie Noord-Holland verzocht om in Groote Keeten een archeologische waarneming te verrichten, de vondsten te documenteren en veilig te bergen. Omdat bij het skelet ook restanten van musketgeweren werden gevonden ontstond al snel het vermoeden dat het hier om een vondst uit 1799 ging op 27 augustus 1799 landde hier namelijk een grote Engelse invasiemacht.
Historische achtergrond
Na de Franse revolutie was Nederland omgedoopt tot de Bataafse Republiek. Stadhouder Willem V was in 1795 naar Engeland gevlucht en verbleef daar in ballingschap. Vanuit Engeland werd met groeiende zorg naar de situatie in Nederland gekeken – zeker omdat de Bataafse vloot in combinatie met de Franse een geduchte tegenstander vormde. De Russische tsaar schaarde zich achter Engeland en in augustus 1799 was het zover: een gecombineerd Engels-Russisch leger zou tijdens een 'expeditie' naar Holland de macht van Willem V herstellen en zo een einde maken aan de Bataafs-Franse alliantie. Ook was de indruk ontstaan dat de stadhouder nog steeds een grote aanhang binnen de Bataafse Republiek had en met open armen terug zou worden ontvangen.
De invasie in 1799
De Engelse troepen verzamelden zich (de Russische troepen zouden later komen) en zeilden af naar Nederland. Hier lagen ze vanwege slecht weer een tijd voor anker bij Texel, maar op de ochtend van 27 augustus 1799 landden ze onder bevel van de 64-jarige luitenant-generaal Ralph Abercrombie op het zandige stuk duinen bij Groote Keeten. Indicaties over het aantal soldaten dat aan de strijd deelnam verschillen per bron maar er kan worden aangenomen dat het Britse leger uit ca. 12.000 manschappen bestond. De kwaliteit van de soldaten was wisselend. Enkele regimenten waren goed getraind en ervaren. Andere regimenten bestonden uit een klein aantal vaste leden, aangevuld met vrijwilligers.
Naar schatting bestond het Russische leger uit ca. 18.000 manschappen. Op enkele schepen na waren zij in de eerste dagen van de invasie nog niet actief.
Het Bataafse leger stond onder bevel van de 36-jarige luitenant-generaal Herman Willem Daendels, bijgestaan door Jean Baptiste Du Monceau. Het leger bestond uit ca. 10.000 manschappen, waarvan er op 27 augustus 1799 ca. 7000 in de buurt van de landingsplaats waren. Het Franse leger leverde ca. 15.000 manschappen.
De kust bij Groote Keeten was niet de meest logische locatie voor een landing, heel Noord- Holland was dat niet. Oranje had veel meer aanhangers in de zuidelijker gelegen provincies. Noord-Holland was echter een onverwachte plek. Bovendien stond er bij Groote Keeten een seinpost. Als deze werd ingenomen zou dat de communicatie van het Frans/Bataafse leger hinderen, en daarnaast kon hij gebruikt worden door het Britse leger.
De landing op 27 augustus begon met een bombardement van de Britse vloot (geleid door admiraal Andrew Mitchel) op de duinen. Het Bataafs/Franse leger werd hierdoor in grote chaos gebracht en leed zware verliezen. De Britten konden hun soldaten zonder veel tegenstand op het strand zetten. De meeste slachtoffers vielen in dit stadium toen één van de landingsboten in de branding omsloeg waarbij de inzittenden verdronken. Pas toen de Britse soldaten verder het strand op en de duinen in trokken werden ze onder vuur genomen door de Bataafse en Franse jagers die zich in de duinen hadden verschanst. Het Bataafs/Franse leger had vanaf het begin af aan te lijden onder de zware bombardementen, het terrein (sommige paarden van de cavalerie zakten tot hun buik in het zand weg) en slechte communicatie tussen de verspreidde bataljons. Rond 6 uur 's avonds trok Daendels zich terug.
De expeditie in Noord-Holland
Hoewel de expeditie in eerste instantie gunstig verliep (Den Helder en de Bataafse vloot werden zonder slag te leveren ingenomen) stagneerde de opmars van de Engels-Russische troepen snel en na enkele zware verliezen waren ze gedwongen de expeditie op te geven. Op 19 november verlieten de laatste soldaten het continent. Het was één van de grootste militaire gebeurtenissen uit de geschiedenis van Noord-Holland.
De vondst van een skelet
Toen archeologen van Hollandia op 11 maart op de vindplaats aankwamen troffen zij een groot, verwaaid terrein aan. Het skelet was in eerste instantie slechts zichtbaar als een bruine vlek in grijsbruin zand. Pas daarna vielen de lange botten van de benen op. Na meer dan 200 jaar in kalkarm zand was het skelet in zeer slechte conditie. De benen lagen er netjes bij, het bekken, de torso en de armen waren sterk gefragmenteerd. Het hoofd en daarmee het gebit ontbraken volledig.
Het was van groot belang om vast te stellen hoe oud dit skelet was – bij het opgraven van een Duitse soldaat uit de Tweede Wereldoorlog of zelfs een recenter lichaam gelden uiteraard andere regels dan bij een archeologische vondst!
Nader onderzoek bevestigde het vermoeden dat het hier om een deelnemer aan de strijd bij de landing van het Engelse leger in 1799 ging: om het skelet heen lagen onderdelen van musketgeweren, een wapen dat in die tijd werd gebruikt.
Het lichaam lag op de rug, met de benen en voeten tegen elkaar aan. Hoewel het skelet vanaf het bekken en hoger in zeer slechte staat verkeerde was te zien dat de soldaat waarschijnlijk met de handen op de buik is begraven. Op de restanten van het bekken werden namelijk vingerbotjes aangetroffen. Mogelijk lagen die handen over een musket heen gevouwen: bij de voeten en benen van de soldaat lagen houtresten die van een kolf afkomstig waren, links naast de torso lagen metalen delen van een musket, en op botten van het bekken zaten groene vlekken – vlekken afkomstig van corroderend koper.
Maar aan welke kant had deze soldaat gevochten? Toen het skelet verder werd blootgelegd werd deze vraag beantwoord: op het torso werden knopen gevonden met daarop het logo van de Coldstream Guards, een Engels regiment dat nu nog steeds bestaat.
Op 11 maart werd het skelet zorgvuldig blootgelegd, getekend, gefotografeerd, digitaal ingemeten en geborgen. De omgeving van het skelet werd grondig onderzocht.
Op 14 maart werd het hele terrein onderzocht om een beter beeld te krijgen van het vondstmateriaal wat hier aanwezig was. Aan het oppervlak lagen geen verdere skeletten meer, maar sporen van de strijd waren over het hele 3,75 hectare grote terrein te vinden. Overal lagen musketkogels en grotere projectielen zoals een kanonskogel – zulke grote projectielen werden vanaf de Engelse schepen op de Bataafs/Franse verdedigers in de duinen afgevuurd. Al deze vondsten werden digitaal ingemeten en geborgen.
Onderzoek
Uiteraard was de landingsplaats en het slagveld op 27 augustus 1799 een stuk groter dan het gebied dat nu is onderzocht. In de komende jaren zal het onderzoek zich uitbreiden.
In het verleden zijn wel vaker vermeende skeletten uit de invasie van 1799 gevonden. De verhalen hierover zijn vooral anekdotisch van aard. Zo is er de geschiedenis bekend van het skelet uit Bergen dat werd gebruikt voor de biologieles op de plaatselijke ULO. Van deze vondsten is er echter nog nooit één archeologisch of wetenschappelijk onderzocht, laat staan geborgen of gepresenteerd aan het grote publiek. Die amateuristische aanpak heeft er toe geleid dat al deze soldaten onbekend zijn gebleven, sterker nog, dankzij deze bottenjacht weten we zelfs de nationaliteit van de mannen niet.
Daarom is deze vondst zo bijzonder: niet alleen kan er door de combinatie van het skelet, de metaalvondsten en de historische gegevens een levendig beeld worden geschetst van een echt persoon uit 1799, het is ook een unieke wetenschappelijke vondst.
Tussen maart en oktober is grondig onderzoek naar deze vindplaats verricht – een onderzoek dat zeker bijzondere resultaten heeft opgeleverd. Deze zullen op vrijdag 14 oktober in de Helderse Vallei worden onthuld en toegelicht.
Voor meer informatie:
Esther Poulus MSc, Hollandia archeologen
Telefoon :06-44630309
Krantenartikelen en radio/tv reportages
Meer skeletten uit oorlog 1799 boven water (Noordhollands dagblad)
Tv reportage & Radio Interview over deze unieke vondst (RTV N-H)
Archeologisch depot Castricum dichterbij - Oktober 2011
Twee graven uit de romeinse tijd gevonden bij opgravingen "De Boogaard" in Castricum Reportage Diverse Dagbladen, Augustus 2010
Bij opgravingen bij De Boogaerd in Castricum zijn twee graven aangetroffen uit de Romeinse tijd. Volgens projectleider Jan de Koning van het archeologisch bedrijf Hollandia gaat het om bijzondere vondsten.
"Het komt zelden voor dat de overblijfselen van personen uit de tweede of derde eeuw na christus in graven worden ontdekt. Meestal werden lichamen verbrand en gecremeerd." Volgens De Koning kan het gaan om mensen die zijn geofferd. De lichamen werden met opgetrokken benen gevonden.
Behalve de twee skeletten is ook aardewerk, een waterput en de resten van een paard gevonden. Vermoedelijk liggen er nog meer menselijke overblijfselen onder de grond.
Drs Jan de Koning gaf een radio-interview aan RTV-Noord Holland.
Radio Interview: Projectleider Jan De Koning over de ontdekking in Castricum (RTV N-H)
Verzamelde krantenartikelen over de ontdekking in Castricum
Online bekijken Scans Krantenknipsels Castricum
Gebruik de "Fullscreen" (bladvullend) knop en de "zoom-in" functie om de pagina's makkelijk te kunnen lezen.
De zoomfunctie zijn de vergrootglas-icoontjes onderaan de pagina. Verder zitten in dat blokje ook nog andere functies zoals tekst aanhalen, indeling en de manier van de pagina's bekijken.
Er zit ook een zoekfunctie in.
In Noord-Holland is voor het eerst een graf uit de Franse tijd wetenschappelijk onderzocht. Tijdens het onderzoek kwamen zeer belangwekkende gegevens naar voren over een vergeten episode uit de vaderlandse historie.
In de duinen bij Groote Keeten ligt het voormalig militair oefenterrein Botgat. In het kader van natuurbeheer werd de verhardde bovenlaag van dit terrein verwijderd. De wind verstoof het onderliggende zand, waarna een menselijk skelet omringd door restanten van wapens te voorschijn kwam.
(* klik op de afbeeldingen voor een vergroting)
Op 10 maart 2011 werd Hollandia archeologen door de provincie Noord-Holland verzocht om in Groote Keeten een archeologische waarneming te verrichten, de vondsten te documenteren en veilig te bergen. Omdat bij het skelet ook restanten van musketgeweren werden gevonden ontstond al snel het vermoeden dat het hier om een vondst uit 1799 ging op 27 augustus 1799 landde hier namelijk een grote Engelse invasiemacht.
Historische achtergrond
Na de Franse revolutie was Nederland omgedoopt tot de Bataafse Republiek. Stadhouder Willem V was in 1795 naar Engeland gevlucht en verbleef daar in ballingschap. Vanuit Engeland werd met groeiende zorg naar de situatie in Nederland gekeken – zeker omdat de Bataafse vloot in combinatie met de Franse een geduchte tegenstander vormde. De Russische tsaar schaarde zich achter Engeland en in augustus 1799 was het zover: een gecombineerd Engels-Russisch leger zou tijdens een 'expeditie' naar Holland de macht van Willem V herstellen en zo een einde maken aan de Bataafs-Franse alliantie. Ook was de indruk ontstaan dat de stadhouder nog steeds een grote aanhang binnen de Bataafse Republiek had en met open armen terug zou worden ontvangen.
De invasie in 1799
De Engelse troepen verzamelden zich (de Russische troepen zouden later komen) en zeilden af naar Nederland. Hier lagen ze vanwege slecht weer een tijd voor anker bij Texel, maar op de ochtend van 27 augustus 1799 landden ze onder bevel van de 64-jarige luitenant-generaal Ralph Abercrombie op het zandige stuk duinen bij Groote Keeten. Indicaties over het aantal soldaten dat aan de strijd deelnam verschillen per bron maar er kan worden aangenomen dat het Britse leger uit ca. 12.000 manschappen bestond. De kwaliteit van de soldaten was wisselend. Enkele regimenten waren goed getraind en ervaren. Andere regimenten bestonden uit een klein aantal vaste leden, aangevuld met vrijwilligers.
Naar schatting bestond het Russische leger uit ca. 18.000 manschappen. Op enkele schepen na waren zij in de eerste dagen van de invasie nog niet actief.
Het Bataafse leger stond onder bevel van de 36-jarige luitenant-generaal Herman Willem Daendels, bijgestaan door Jean Baptiste Du Monceau. Het leger bestond uit ca. 10.000 manschappen, waarvan er op 27 augustus 1799 ca. 7000 in de buurt van de landingsplaats waren. Het Franse leger leverde ca. 15.000 manschappen.
De kust bij Groote Keeten was niet de meest logische locatie voor een landing, heel Noord- Holland was dat niet. Oranje had veel meer aanhangers in de zuidelijker gelegen provincies. Noord-Holland was echter een onverwachte plek. Bovendien stond er bij Groote Keeten een seinpost. Als deze werd ingenomen zou dat de communicatie van het Frans/Bataafse leger hinderen, en daarnaast kon hij gebruikt worden door het Britse leger.
De landing op 27 augustus begon met een bombardement van de Britse vloot (geleid door admiraal Andrew Mitchel) op de duinen. Het Bataafs/Franse leger werd hierdoor in grote chaos gebracht en leed zware verliezen. De Britten konden hun soldaten zonder veel tegenstand op het strand zetten. De meeste slachtoffers vielen in dit stadium toen één van de landingsboten in de branding omsloeg waarbij de inzittenden verdronken. Pas toen de Britse soldaten verder het strand op en de duinen in trokken werden ze onder vuur genomen door de Bataafse en Franse jagers die zich in de duinen hadden verschanst. Het Bataafs/Franse leger had vanaf het begin af aan te lijden onder de zware bombardementen, het terrein (sommige paarden van de cavalerie zakten tot hun buik in het zand weg) en slechte communicatie tussen de verspreidde bataljons. Rond 6 uur 's avonds trok Daendels zich terug.
De expeditie in Noord-Holland
Hoewel de expeditie in eerste instantie gunstig verliep (Den Helder en de Bataafse vloot werden zonder slag te leveren ingenomen) stagneerde de opmars van de Engels-Russische troepen snel en na enkele zware verliezen waren ze gedwongen de expeditie op te geven. Op 19 november verlieten de laatste soldaten het continent. Het was één van de grootste militaire gebeurtenissen uit de geschiedenis van Noord-Holland.
De vondst van een skelet
Toen archeologen van Hollandia op 11 maart op de vindplaats aankwamen troffen zij een groot, verwaaid terrein aan. Het skelet was in eerste instantie slechts zichtbaar als een bruine vlek in grijsbruin zand. Pas daarna vielen de lange botten van de benen op. Na meer dan 200 jaar in kalkarm zand was het skelet in zeer slechte conditie. De benen lagen er netjes bij, het bekken, de torso en de armen waren sterk gefragmenteerd. Het hoofd en daarmee het gebit ontbraken volledig.
Het was van groot belang om vast te stellen hoe oud dit skelet was – bij het opgraven van een Duitse soldaat uit de Tweede Wereldoorlog of zelfs een recenter lichaam gelden uiteraard andere regels dan bij een archeologische vondst!
Nader onderzoek bevestigde het vermoeden dat het hier om een deelnemer aan de strijd bij de landing van het Engelse leger in 1799 ging: om het skelet heen lagen onderdelen van musketgeweren, een wapen dat in die tijd werd gebruikt.
Het lichaam lag op de rug, met de benen en voeten tegen elkaar aan. Hoewel het skelet vanaf het bekken en hoger in zeer slechte staat verkeerde was te zien dat de soldaat waarschijnlijk met de handen op de buik is begraven. Op de restanten van het bekken werden namelijk vingerbotjes aangetroffen. Mogelijk lagen die handen over een musket heen gevouwen: bij de voeten en benen van de soldaat lagen houtresten die van een kolf afkomstig waren, links naast de torso lagen metalen delen van een musket, en op botten van het bekken zaten groene vlekken – vlekken afkomstig van corroderend koper.
Maar aan welke kant had deze soldaat gevochten? Toen het skelet verder werd blootgelegd werd deze vraag beantwoord: op het torso werden knopen gevonden met daarop het logo van de Coldstream Guards, een Engels regiment dat nu nog steeds bestaat.
Op 11 maart werd het skelet zorgvuldig blootgelegd, getekend, gefotografeerd, digitaal ingemeten en geborgen. De omgeving van het skelet werd grondig onderzocht.
Op 14 maart werd het hele terrein onderzocht om een beter beeld te krijgen van het vondstmateriaal wat hier aanwezig was. Aan het oppervlak lagen geen verdere skeletten meer, maar sporen van de strijd waren over het hele 3,75 hectare grote terrein te vinden. Overal lagen musketkogels en grotere projectielen zoals een kanonskogel – zulke grote projectielen werden vanaf de Engelse schepen op de Bataafs/Franse verdedigers in de duinen afgevuurd. Al deze vondsten werden digitaal ingemeten en geborgen.
Onderzoek
Uiteraard was de landingsplaats en het slagveld op 27 augustus 1799 een stuk groter dan het gebied dat nu is onderzocht. In de komende jaren zal het onderzoek zich uitbreiden.
In het verleden zijn wel vaker vermeende skeletten uit de invasie van 1799 gevonden. De verhalen hierover zijn vooral anekdotisch van aard. Zo is er de geschiedenis bekend van het skelet uit Bergen dat werd gebruikt voor de biologieles op de plaatselijke ULO. Van deze vondsten is er echter nog nooit één archeologisch of wetenschappelijk onderzocht, laat staan geborgen of gepresenteerd aan het grote publiek. Die amateuristische aanpak heeft er toe geleid dat al deze soldaten onbekend zijn gebleven, sterker nog, dankzij deze bottenjacht weten we zelfs de nationaliteit van de mannen niet.
Daarom is deze vondst zo bijzonder: niet alleen kan er door de combinatie van het skelet, de metaalvondsten en de historische gegevens een levendig beeld worden geschetst van een echt persoon uit 1799, het is ook een unieke wetenschappelijke vondst.
Tussen maart en oktober is grondig onderzoek naar deze vindplaats verricht – een onderzoek dat zeker bijzondere resultaten heeft opgeleverd. Deze zullen op vrijdag 14 oktober in de Helderse Vallei worden onthuld en toegelicht.
Voor meer informatie:
Esther Poulus MSc, Hollandia archeologen
Telefoon :06-44630309
Krantenartikelen en radio/tv reportages
Meer skeletten uit oorlog 1799 boven water (Noordhollands dagblad)
Tv reportage & Radio Interview over deze unieke vondst (RTV N-H)
Archeologisch depot Castricum dichterbij - Oktober 2011
Twee graven uit de romeinse tijd gevonden bij opgravingen "De Boogaard" in Castricum Reportage Diverse Dagbladen, Augustus 2010
Bij opgravingen bij De Boogaerd in Castricum zijn twee graven aangetroffen uit de Romeinse tijd. Volgens projectleider Jan de Koning van het archeologisch bedrijf Hollandia gaat het om bijzondere vondsten.
"Het komt zelden voor dat de overblijfselen van personen uit de tweede of derde eeuw na christus in graven worden ontdekt. Meestal werden lichamen verbrand en gecremeerd." Volgens De Koning kan het gaan om mensen die zijn geofferd. De lichamen werden met opgetrokken benen gevonden.
Behalve de twee skeletten is ook aardewerk, een waterput en de resten van een paard gevonden. Vermoedelijk liggen er nog meer menselijke overblijfselen onder de grond.
Drs Jan de Koning gaf een radio-interview aan RTV-Noord Holland.
Radio Interview: Projectleider Jan De Koning over de ontdekking in Castricum (RTV N-H)
Verzamelde krantenartikelen over de ontdekking in Castricum
Online bekijken Scans Krantenknipsels Castricum
Gebruik de "Fullscreen" (bladvullend) knop en de "zoom-in" functie om de pagina's makkelijk te kunnen lezen.
De zoomfunctie zijn de vergrootglas-icoontjes onderaan de pagina. Verder zitten in dat blokje ook nog andere functies zoals tekst aanhalen, indeling en de manier van de pagina's bekijken.
Er zit ook een zoekfunctie in.
Bij opgravingen bij De Boogaerd in Castricum zijn twee graven aangetroffen uit de Romeinse tijd. Volgens projectleider Jan de Koning van het archeologisch bedrijf Hollandia gaat het om bijzondere vondsten.
"Het komt zelden voor dat de overblijfselen van personen uit de tweede of derde eeuw na christus in graven worden ontdekt. Meestal werden lichamen verbrand en gecremeerd." Volgens De Koning kan het gaan om mensen die zijn geofferd. De lichamen werden met opgetrokken benen gevonden.
Behalve de twee skeletten is ook aardewerk, een waterput en de resten van een paard gevonden. Vermoedelijk liggen er nog meer menselijke overblijfselen onder de grond.
Drs Jan de Koning gaf een radio-interview aan RTV-Noord Holland.
Radio Interview: Projectleider Jan De Koning over de ontdekking in Castricum (RTV N-H)
Verzamelde krantenartikelen over de ontdekking in Castricum
Online bekijken Scans Krantenknipsels Castricum
Gebruik de "Fullscreen" (bladvullend) knop en de "zoom-in" functie om de pagina's makkelijk te kunnen lezen.
De zoomfunctie zijn de vergrootglas-icoontjes onderaan de pagina. Verder zitten in dat blokje ook nog andere functies zoals tekst aanhalen, indeling en de manier van de pagina's bekijken.
Er zit ook een zoekfunctie in.
Massagraf uit 1573 gevonden bij opgravingen Paardenmarkt Alkmaar Reportage Noordholands Dagblad, Juli 2010
Bij opgravingen in het centrum van Alkmaar is woensdag 21 Juli 2010 een massagraf ontdekt.
Het betreft vermoedelijk Alkmaarders die zijn gedood door een Spaanse aanval met kanonnen tijdens de Tachtigjarige Oorlog.
Op de plek van het massagraf bevond zich indertijd een klooster met begraafplaats.
In de voorbereidingen voor een nieuwbouwproject zijn daar de afgelopen weken door archeologen al 170 geraamtes opgegraven. Ze worden voor historisch onderzoek overgebracht naar de universiteit van Leiden.
Nieuwe Video: Archeologen onderzoeken massagraf
Meer Video's Opgraving Paardemarkt (via YouTube)
Bij enkele van de circa dertig skeletten uit het massagraf zijn musketkogels, maar ook hagel en spijkertjes aangetroffen. Al eerder tijdens deze opgraving werd een slachtoffer van de oorlogshandelingen uit 1573 opgegraven. Het terrein van het klooster aan de Paardenmarkt kende ten tijde van de oorlog, een zwakke plek waardoor de Spanjaarden juist hier grootschalige aanvallen deden.
Het onderzoek wordt gedaan door het archeologiebedrijf Hollandia uit Zaandijk en studenten van de Universiteit Leiden. De archeologische opgravingen lopen nog tot en met augustus. Om iedereen de gelegenheid te geven de opgraving van dichtbij te bekijken, staan er rondom de opgravingen hekken en borden met informatie. Daarnaast wordt er binnenkort een voorlichtingsbijeenkomst georganiseerd. Ook is de opgraving te volgen op www.alkmaar.nl/paardenmarkt











